Geel voor Van Gogh

Is kleur voor een kunstenaar niet gewoon een detail in een groter geheel? Een accent in de compositie, ondergeschikt aan vorm en onderwerp? Niet altijd. Vincent van Gogh raakte gefascineerd door één kleur: geel. Het Van Gogh Museum in Amsterdam duikt daar dit voorjaar in met een nieuwe tentoonstelling. Die begint bij Van Goghs beroemde zonnebloemen, maar kijkt verder dan zijn schilderijen. Want rond 1900 werd geel ineens meer dan een kleur ook een manier om emoties mee uit te drukken, ideeën te verlevendigen en zelfs om rebellie mee te prediken. 

Van Gogh zelf raakte in Zuid-Frankrijk bijna bezeten van het licht. In Arles schreef hij aan zijn broer Theo dat hij een zon zag die hij nauwelijks anders kon beschrijven dan “geel”: zwavelgeel, citroengeel, goud. Het was de kleur waarmee hij het felle mediterrane licht probeerde te vangen. Nieuwe pigmenten die in de negentiende eeuw op de markt kwamen hielpen daarbij. Plots konden schilders werken met een intensiteit die eerder simpelweg niet bestond. Het museum gebruikt Van Goghs werk als startpunt, maar laat meteen zien dat hij niet de enige was die zich met geel bezighield. In de tentoonstelling zijn zo’n vijftig kunstwerken en objecten te zien uit de periode 1850 tot 1915. Naast Van Gogh hangen er werken van onder anderen Marc Chagall, Wassily Kandinsky, Hilma af Klint, Édouard Manet en William Turner.

Daaruit blijkt dat geel rond de eeuwwisseling een opmerkelijke carrière doormaakte. Ooit vooral de kleur van zon en graanvelden, werd het ineens een soort artistiek gereedschap. Kandinsky zag er energie en beweging in, bijna iets agressiefs. Bij Af Klint kreeg geel juist een spirituele lading. Eén kleur, totaal verschillende betekenissen. De tentoonstelling kijkt ook buiten het schilderij. Rond 1900 dook geel namelijk op in literatuur en mode. Het Britse avant-gardetijdschrift ‘The Yellow Book’ bijvoorbeeld, met opvallend gele omslagen van illustrator Aubrey Beardsley. Het blad stond voor artistieke vernieuwing, maar werd door critici ook gezien als provocerend en decadent. Geel kon dus ook gewoon een beetje schuren.

Voor de tentoonstelling maakte kunstenaar Olafur Eliasson een nieuwe lichtinstallatie. Zijn uitgangspunt: geel is een kleur die je minder ziet dan ervaart. In plaats van verf gebruikt hij licht om dat idee zichtbaar te maken. Het museum heeft voor de tentoonstelling ook een paar onverwachte partners aangehaakt. Studenten van het Conservatorium van Amsterdam componeerden muziek bij de werken, terwijl parfumbedrijf Robertet uit het Franse Grasse drie geuren ontwikkelde die bezoekers onderweg kunnen ruiken. Ontwerpbureau Raw Color verzorgde het tentoonstellingsontwerp.

Links (voor mobiel: bovenaan) – Vincent van Gogh, Korenveld met maaier, Van Gogh Museum, Amsterdam | Bovenaan (voor mobiel: daaronder) – Hilma af Klint, Parsifal-serie, nummer 85, Moderne Museet, Stockholm | Wassily Kandinsky, Grote studie, Museum Boijmans Van Beuningen | Cuno Amiet, De gele heuvel, Kunstmuseum Solothurn/David Aebi