Kunstmuseum Den Haag: hoe ‘Londen’ Menselijke Figuur terugbracht in de Schilderkunst

Vanaf morgen presenteert het Kunstmuseum Den Haag, in samenwerking met Tate, de tentoonstelling ‘London Calling’. Daarin wordt voor het eerst in Nederland een grootschalig overzicht getoond van de naoorlogse Britse schilderkunst die bekendstaat als de School of London. Met bijna zeventig werken, waaronder circa 45 bruiklenen uit de Tate-collectie, laat de tentoonstelling zien hoe Britse kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog vast bleven houden aan figuratief schilderen, in een periode waarin abstractie internationaal de toon zette.

Centraal in de tentoonstelling staat de menselijke figuur. Schilderijen van onder anderen Francis Bacon, Lucian Freud, Paula Rego en David Hockney tonen lichamen, gezichten en interieurs, maar fungeren tegelijk als reflecties op het tijdsbeeld waarin zij ontstonden. Het naoorlogse Londen vormt daarbij een belangrijk kader: een stad in wederopbouw, gekenmerkt door migratie, sociale verandering en culturele uitwisseling. De term ‘School of London’ werd in 1976 geïntroduceerd door de Amerikaans-Britse kunstenaar R.B. Kitaj. Het begrip duidt geen vaste stroming of manifest aan, maar een losse groep kunstenaars die elkaar kenden, in dezelfde galeries exposeerden en deel uitmaakten van hetzelfde stedelijke netwerk. Terwijl abstracte kunst dominant werd in Europa en de Verenigde Staten, bleven deze schilders vasthouden aan het schilderen naar de waarneming. Kunstenaars als Frank Auerbach, Leon Kossoff en Michael Andrews onderzochten de mogelijkheden van verf om lichamelijkheid, nabijheid en psychologische spanning te verbeelden.

 

ONDERBELICHT

Volgens conservator moderne kunst Thijs de Raedt ligt de kracht van deze schilderkunst in de combinatie van herkenbaarheid en complexiteit. Door de centrale rol van het menselijk lichaam zijn de werken direct toegankelijk, terwijl de uiteenlopende achtergronden van de kunstenaars en hun verbondenheid met Londen zorgen voor een gelaagd beeld van de naoorlogse samenleving. Het figuratieve schilderen krijgt in deze context een nieuwe lading: niet als terugkeer naar traditie, maar als manier om een veranderende wereld vast te leggen. ‘London Calling’ beperkt zich niet tot de bekende namen. De tentoonstelling verbreedt het gangbare verhaal door ook kunstenaars te tonen die binnen de canon van de School of London lang onderbelicht zijn gebleven. Zo is werk te zien van Celia Paul, die lange tijd vooral bekend was in relatie tot Lucian Freud, en van Eva Frankfurther, die portretten maakte van de arbeidersklasse waar zij zelf deel van uitmaakte. Het werk van Denzil Forrester biedt een inkijk in de Londense reggaeclubs en nachtelijke cultuur van de jaren tachtig. Daarnaast zijn schilderijen opgenomen van Sandra Fisher, Sylvia Sleigh en Lynette Yiadom-Boakye Samen tonen de veertien kunstenaars in de tentoonstelling hoe uiteenlopende perspectieven en ervaringen naast elkaar bestonden binnen dezelfde stad en periode.

 

DEN HAAG – LONDEN

De samenwerking tussen Kunstmuseum Den Haag en Tate sluit aan bij de geschiedenis en collectieprofielen van beide instellingen. Kunstmuseum Den Haag is gevestigd aan de Stadhouderslaan in Den Haag, in het door architect H.P. Berlage ontworpen gebouw dat in 1935 werd geopend. Het museum bezit een brede vaste collectie met moderne en hedendaagse kunst, toegepaste kunst, mode en design, en beheert daarnaast een internationaal vermaarde verzameling werken van Piet Mondriaan. Tate werd opgericht in 1897 als de National Gallery of British Art en groeide uit tot een netwerk van vier musea: Tate Britain, Tate Modern, Tate Liverpool en Tate St Ives. Binnen dit netwerk neemt de naoorlogse Britse schilderkunst een centrale plaats in, waardoor Tate een inhoudelijk voor de hand liggende partner is voor een overzichtstentoonstelling over de School of London. ‘London Calling’ is te zien van 14 februari tot en met 7 juni 2026 in Kunstmuseum Den Haag.

FOTOGRAFIE: Links (op mobiel: bovenaan) – My Parents, 1977, David Hockney, Tate, hierboven (op mobiel: daaronder) – Paul Rosano Reclining, 1974, Sylvia Sleig, Tate, Boy Smoking, 1950-51, Lucian Freud, Tate.