Vrouwelijke Makers Centraal in Wereldmuseum

In het Wereldmuseum Rotterdam is deze week de tentoonstelling Art She Crafted geopend. De expositie brengt werk samen van vrouwelijke makers uit verschillende tijden en werelddelen en laat zien hoe zij kunst en cultuur vormgaven, vaak buiten het zicht van de officiële kunstgeschiedenis.

De tentoonstelling richt zich niet alleen op kunstobjecten, maar toont ook foto’s, kleding en designobjecten. Anders dan gewoon, is de expositie ook niet chronologisch opgebouwd maar worden juist verbanden gelegd tussen makers en hun achtergronden. Zo wordt duidelijk welke rollen vrouwen spelen als kunstenaar, opdrachtgever of vernieuwer, ook in perioden waarin erkenning uitbleef.

De tentoonstelling is samengesteld door gastconservator Rajae El Mouhandiz. Zij kijkt niet in de eerste plaats naar roem of canon, maar naar omstandigheden: wie had toegang tot geld, opleiding en netwerken, en wie niet. Dat uitgangspunt bepaalt wat wel en niet zichtbaar werd. Dat levert een breed beeld op. Zo zijn er voorbeelden van vrouwen met politieke macht, zoals de Egyptische farao Hatshepsut en de Chinese keizerin Wu Zetian, die kunst en ambacht actief stimuleerden via bouwprojecten en ateliers. Hun invloed is terug te zien in objecten en historische verbeeldingen die laten zien hoe cultuurproductie al vroeg samenhing met macht en positie.

Ook de twintigste eeuw wordt internationaal benaderd. Werk van de Algerijnse schilder Baya Mahieddine hangt naast ontwerpen van Hanae Mori, de eerste Aziatische ontwerper in de Parijse haute couture. Haar werk verbindt Japanse textieltradities met westerse couture en markeert een doorbraak voor niet-westerse makers op internationale podia.

Rajae El Mouhandiz kijkt in de eerste plaats niet naar roem of canon, maar naar omstandigheden: wie had toegang tot geld, opleiding en netwerken, en wie niet.

Daarnaast is er aandacht voor kunstenaars die kunst inzetten om machtsverhoudingen zichtbaar te maken. Foto- en videowerk van Shirin Neshat gaat over religie en controle, terwijl grafisch werk van Laila Shawa de impact van conflict en ideologie toont. Deze werken staan in de tentoonstelling als zelfstandige posities.

Een ander deel richt zich op hedendaagse makers die werken met ambacht en textiel. Installaties van April Bey combineren futuristische en historische beeldtaal. Joana Choumali voegt borduurwerk toe aan fotografie en vertraagt zo het beeld. Ook ontwerpers als Rei Kawakubo worden gepresenteerd als kunstenaars die ideeën over lichaam en kleding fundamenteel veranderden.

De tentoonstelling maakt tegelijk zichtbaar hoe ongelijkheid doorwerkt. Sommige vrouwen konden via opleiding of netwerk naam maken, anderen bleven anoniem. Dat verschil zie je bijvoorbeeld tussen individuele kunstenaars en collectieve tradities als Palestijns tatreez-borduurwerk en Shipibo-keramiek uit Peru, waarin kennis en identiteit worden doorgegeven zonder auteurschap.

FOTOGRAFIE: Links (Op mobiel: hierboven) – April Bey, I Grew It Myself and It Was a Brilliant Blue, De Bahama’s, 2022.  Michelle Muus Fotografie, Hierboven (Op mobiel: Daaronder: Singh Twins, Some Like it Hotter, 2007, Naqsh Collective, Wa Mashat, 2020, Hanae Mori, Ensemble met kimono-jasje, 1966-1969