Wisselspelers: Wie is Wie in de Mode in 2026

“De geschiedenis van modehuizen is niet die van stoffen en naalden, maar van macht en verleiding,” zei ooit een Parijse modecriticus, terwijl hij naar het bordes van het Ritz keek waar Valentino Garavani in de jaren tachtig zijn hof hield. Mode is een hofhouding, een theater, een koninkrijk. En net als in de politiek verschuiven de pionnen genadeloos.

Ooit waren couturiers almachtige vorsten. Yves Saint Laurent, Hubert de Givenchy en Cristóbal Balenciaga bepaalden niet alleen de kleren, maar de koers van een tijdperk. Hun namen waren hun rijk. Toen zij verdwenen, leek het vanzelfsprekend dat hun huizen met hen zouden sterven. Maar in plaats daarvan groeiden modehuizen uit tot anonieme reuzen: multinationals met miljardenomzetten, bestuurd door aandeelhouders en CFO’s. En zo ontstond een nieuw schaakbord, waarop niet langer ontwerpers maar creative directors — tijdelijke hofleveranciers — hun zetten doen.

Vandaag is het opnieuw onrustig in de paleizen van Parijs en Milaan. De stoelendans onder creative directors is in volle gang. Pierpaolo Piccioli, jarenlang de stille kracht achter Valentino’s glorieuze wederopstanding, stapt onverwacht over naar Balenciaga. Alessandro Michele, de man die Gucci veranderde in een kostuumfeest voor de massa, probeert nu zijn uitbundige verbeelding te verweven met Valentino’s erfgoed. Jonathan Anderson, de Noord-Ier die Loewe van de vergetelheid redde, is naar Dior getrokken. En Demna Gvasalia, enfant terrible van Balenciaga, trekt zich terug in de coulissen om Gucci te herscheppen. Zelfs Versace heeft geen Versace meer aan de knoppen.

 

VAN KUNSTENAAR NAAR MACHTSFIGUUR

Hun Instagramvolgers tellen soms zwaarder dan hun schetsboek. Hun rol: niet zozeer ontwerpen, maar verleiden. Ze zijn het gezicht van campagnes, de handdruk voor beroemdheden, de architecten van buzz. In een wereld waar tassen en parfums miljarden opleveren, is een catwalkshow slechts de etalage van een groter imperium. Wie teruggaat in de tijd, ziet hoezeer dit een breuk betekent. In de hoogtijdagen van Saint Laurent en Valentino was een modehuis een hofhouding: intiem, persoonlijk, geleid door de meester zelf. Zijn smaak bepaalde alles, van de snit van een jurk tot de kleur van het servies.

Nu zijn modehuizen bedrijven die vaak beursgenoteerd zijn. Dior en Vuitton onder LVMH, Gucci en Balenciaga onder Kering: deze groepen beheren miljardenportefeuilles en verwachten kwartaalgroei. Daarin is een creative director niet langer alleen een visionair, maar ook een manager, performer en instrument van aandeelhouders. De CFO wil consistentie; de mode vraagt om vernieuwing. Het resultaat is een bijna onmenselijke druk. Een mislukte collectie kan een merk miljarden kosten, een succesvolle tas kan het redden. Achter de schermen gaat het er even hard aan toe als in de boardrooms van Wall Street.

 

HET SPEL ACHTER DE CATWALK

Dat er eens in de zoveel tijd een machtswisseling plaatsvindt, is niets nieuws. De modewereld kent al decennia haar seven-year itch: een huwelijk tussen modehuis en ontwerper begint vaak na zeven jaar te kraken. Klanten raken verveeld, media hunkeren naar nieuw spektakel en investeerders eisen groei. Stabiliteit — vaste inkomsten, voorspelbare collecties — verandert dan plots in een gevaar. Want voorspelbaarheid is in mode dodelijk. Toch is de huidige verschuiving ongekend in omvang. Zeker vijfentwintig modehuizen wisselden de afgelopen jaren van leider, vaak na interne paleisrevoluties. Elke benoeming is meer dan een esthetische keuze; het is een strategische zet in een industrie waarin miljarden omgaan en waarin CEO’s en aandeelhouders zich gedragen als monarchen.

“Alles draait om macht,” zegt een oud-marketingdirecteur van LVMH. “Een creative director is tegenwoordig een pion in een veel groter spel. Hij of zij moet niet alleen kleren maken, maar een hele samenleving verbeelden die verkoopt: via Instagram, via celebrities, via parfums en tassen. Het is toneel, marketing, propaganda.”

OPKOMST VAN PICCIOLI

Neem Pierpaolo Piccioli. Jarenlang werkte hij in de schaduw bij Valentino, totdat hij samen met Maria Grazia Chiuri de leiding kreeg. Toen zij vertrok naar Dior, bleef hij alleen over — en maakte Valentino groter dan ooit. Zijn collecties waren weelderig, romantisch, doordrenkt van kleur en diversiteit. Hij gaf de modewereld een droom terug. Dat juist híj nu de overstap maakt naar Balenciaga voelt als een breuk én een belofte. Balenciaga stond jarenlang voor provocatie: tape rond Kim Kardashian, shows die meer commentaar waren dan kleding. Met Piccioli kiest Kering voor herontdekking van erfgoed, voor romantiek in plaats van shock. Alsof een monarchie, na jaren van revolutie, terugkeert naar ceremonie en traditie. Voor Valentino blijft de vraag: wat nu? De opvolger heet Alessandro Michele.

 

MICHELE, ANDERSON, BLAZY

Michele werd bij Gucci gezien als redder: zijn eclectische stijl maakte het merk tot een cultureel fenomeen en joeg de omzet op. Maar succes kent een prijs; uitbundigheid werd voorspelbaar en de magie doofde. Zijn overstap naar Valentino roept vragen op: kan hij zijn theatrale handschrift verenigen met klassieke elegantie? Jonathan Andersons benoeming bij Dior is misschien wel de meest symbolische zet. Hij transformeerde Loewe tot een avant-garde laboratorium met commerciële slagkracht. Nu krijgt hij het kroonjuweel van LVMH. Het is een troonsbestijging, maar ook een last die groter is dan één ontwerper.

Matthieu Blazy staat voor een andere uitdaging. Zijn ingetogen, intelligente stijl maakte van Bottega Veneta het best presterende merk van Kering. Nu moet hij Chanel leiden — een imperium van bijna twintig miljard dollar omzet. Kan eenvoud zo’n machtsblok dragen?

 

ONZICHTBARE MONARCHEN

Wie naar de catwalks kijkt, ziet ontwerpers. Maar wie achter de coulissen kijkt, ziet de ware machthebbers: Bernard Arnault en François-Henri Pinault. Modehuizen zijn voor hen schaakstukken, instrumenten om cultuur en invloed te bezetten. De creative director is geen koning, maar hofleverancier. Zijn macht is tijdelijk en afhankelijk van succes.

Een mislukt seizoen en het paleis verdampt. Een geslaagde tas, en hij wordt tot halfgod verheven. Mode is geen sprookje, maar een systeem. Een spel van verleiding, cijfers, ambitie en angst. De stoelendans is geen bijzaak; hij laat zien hoe onze samenleving werkt — hoe dromen spreadsheets worden, en schoonheid een wapen in de strijd om aandacht. Of, zoals een oude Vogue-redacteur ooit fluisterde: “Mode is als de wind in Parijs. Je weet nooit wanneer hij draait, maar hij draait altijd.”

DOOR: INDIA MANDOLFI | FOTOGRAFIE: Otis Kortaar