Dé Stier is Terug. Restauratie Potter’s Meesterwerk na 1,5 Jaar Gereed
‘De Stier’ van Paulus Potter, een van de belangrijkste werken uit de collectie van het Haagse kunstmuseum Mauritshuis, keert na anderhalf jaar restauratie terug naar zijn oude plek.
Het beroemde dier is niet meer wat het geweest is: het schilderij is grondig onder handen genomen en zo dicht mogelijk teruggebracht naar de staat waarin Potter het in 1647 voltooide.
Origineel
De opknapbeurt van het beroemde werk begon in maart 2024. Restauratoren Abbie Vandivere en Jolijn Schilder namen het schilderij laag voor laag onder handen. Oude vernislagen, die het beeld in de loop van de tijd donker en zwaar hadden gemaakt, zijn verwijderd. Daarnaast zijn beschadigingen hersteld en eerdere overschilderingen opnieuw bekeken. Daarbij is niet alles automatisch weggehaald maar is steeds afgewogen wat tot Potters eigen schilderproces behoort en wat later aan het werk is toegevoegd.
Dat werk heeft duidelijke gevolgen voor wat je nu ziet. Vooral de lucht valt op. Die was jarenlang gedempt door vernis en latere ingrepen, maar is nu weer open en licht. Voor het eerst in eeuwen is de lucht zichtbaar zoals Potter die schilderde. Dat geeft het hele schilderij meer ruimte. Het landschap ademt weer en de stier staat minder zwaar in het beeld.
Ook elders zijn de veranderingen goed te zien. Kleuren zijn helderder, details scherper en de verhoudingen binnen de compositie zijn beter te volgen. Het schilderij oogt daardoor rustiger en evenwichtiger dan vóór de restauratie. Niet omdat het is opgepoetst, maar omdat storende lagen zijn weggehaald en het oorspronkelijke beeld weer duidelijker naar voren komt.
Vooral de lucht valt op. Die was jarenlang gedempt door vernis en latere ingrepen, maar is nu weer open en licht.
Hoe een Stier een Ikoon werd
Potter schilderde ‘De Stier’ toen hij begin twintig was. Het doek is opvallend groot en toont een stier op ware grootte, midden in een Hollands landschap. Dat was ongebruikelijk. Dieren werden doorgaans afgebeeld als onderdeel van een groter tafereel, niet als zelfstandig hoofdonderwerp. Potter deed dat wel en gaf het dier een bijna monumentale aanwezigheid, met veel aandacht voor anatomie, huid, vacht en lichtval.
Potter werkte in het midden van de zeventiende eeuw en stond bekend om zijn zogenoemde dierstukken en landschappen. Dat genre gold toen als minder belangrijk, maar het gaf Potter wel een eigen gewicht. In de negentiende eeuw groeide ‘De Stier’ uit tot een nationaal icoon. Via de Koninklijke Collectie in Den Haag kwam het schilderij uiteindelijk in het bezit van het Mauritshuis, waar het al meer dan 150 jaar tot de kern van de verzameling behoort.
Voor vaste bezoekers van het museum dat om de hoek bij het Binnenhof gevestigd is, betekent de restauratie dat ‘De Stier’ opnieuw het bekijken waard is. Niet als technisch restauratieproject, maar als schilderij dat dichter bij zijn zeventiende-eeuwse verschijning staat dan lange tijd het geval was. ‘De Stier’ gaat in februari terug naar zijn vaste plek in de Potterzaal.