Tuin der Lusten: Walter van Beirendonck zet Leidse Lakenhal in Bloei

Een boeket van Jan Brueghel de Oude naast een ontwerp van Comme des Garçons: in Museum De Lakenhal laat modeontwerper Walter Van Beirendonck zien hoe kunstenaars zich, eeuwen na elkaar, door bloemen laten uitdagen. Voor de tentoonstelling ‘Tuin der lusten – De zeventiende eeuw in bloei’ ontwierp hij een kleurrijke omgeving waarin schilderijen uit de collectie van The Phoebus Foundation samenkomen met mode, geluid en geur.

Van Beirendonck is een van de ‘Antwerp Six’, de groep ontwerpers die in de jaren tachtig de Belgische mode internationaal op de kaart zette. Zijn werk staat bekend om felle kleuren, grafische patronen en uitvergrote vormen. Die kenmerken keren terug in de zalen van De Lakenhal. Tussen grote geometrische vormen en bloemarrangementen hangen zeventiende-eeuwse stillevens. Ook kleding van Viktor&Rolf, Dries Van Noten, Richard Quinn, Dirk Van Saene en Van Beirendonck zelf krijgt er een plaats.

Bloemig

De combinatie lijkt op het eerste gezicht onverwacht. Toch delen de schilders en ontwerpers een belangstelling voor bloemen die verder gaat dan hun uiterlijk. Kleur, vorm en de rangschikking van afzonderlijke soorten bepalen het beeld. En net als een modeontwerper stelde een schilder zijn boeket zorgvuldig samen: bloemen die op het doek naast elkaar staan, bloeiden in werkelijkheid soms in verschillende seizoenen.
In de zeventiende eeuw waren zulke schilderijen ook een teken van welvaart en nieuwsgierigheid. Via handelsroutes kwamen nieuwe planten naar de Lage Landen. Botanici bestudeerden ze, verzamelaars wilden ze bezitten en voor zeldzame soorten werden hoge bedragen betaald. Een bloemstilleven liet daardoor niet alleen zien wat een schilder kon, maar ook wat er in de wereld te ontdekken en te kopen viel.

Vlindervleugels

De tentoonstelling omvat meer dan 300 schilderijen, objecten en natuurhistorische curiosa uit de collectie van The Phoebus Foundation. Er zijn werken te zien van onder anderen Brueghel, Clara Peeters, Anna Maria Janssens en Jan Davidsz. de Heem. In een wonderkamer staan voorwerpen bijeen zoals verzamelaars dat in de zestiende en zeventiende eeuw deden: van kunst en schelpen tot mineralen en opgezette dieren.

Sommige schilderijen geven ook iets prijs over de manier waarop ze zijn gemaakt. Onder leiding van restaurator Sven Van Dorst werden bloemstillevens jarenlang materiaaltechnisch onderzocht. Daarbij kwamen overschilderde composities aan het licht. In geschilderde insecten bleken soms echte vlindervleugels verwerkt. De onderzoeksresultaten maken deel uit van de tentoonstelling.

Met zijn ontwerp brengt Van Beirendonck al die kanten van het onderwerp bij elkaar: de schoonheid van de schilderijen, de verzamelwoede achter de afgebeelde voorwerpen en de vrijheid waarmee kunstenaars bloemen blijven gebruiken. Dat gebeurt in een gebouw uit 1640, toen Leiden zelf een belangrijk centrum van de internationale textielhandel was. ‘Tuin der lusten – De zeventiende eeuw in bloei’ is tot eind maart 2027 te zien in Museum De Lakenhal in Leiden.

FOTOGRAFIE: Joep Jacobs, Museum De Lakenhal Leiden